De Germanen slaan terug

Germaanse stammen verslaan de Romeinen.

Het duurde enkele decennia voordat de Germaanse stammen zich konden herstellen van deze bloedbaden.

Echter, vanwege alle interne strijd en oorlogen elders, kostte het de Romeinen nog eens 40 jaar om terug te keren naar het noorden van Gallië om de tribale landen die oorspronkelijk veroverd waren door Caesar nu volledig te annexeren.

Echter, deze keer wilden de Romeinen de Rijn oversteken om ook het land van de Germaanse stammen te veroveren. In 12 v.Chr. trok Generaal Drusus, vanuit Nijmegen en Velsen met zijn troepen Germania binnen. Voor korte tijd wist hij de Friezen te onderwerpen maar Drusus noch zijn opvolgers konden een permanente onderwerping voor elkaar kregen met name ook vanwege het onbegaanbare landschap van moerassen, meren en veengebieden.

Sinds 7 v. Chr. was Publius Quinctilius Varus de Romeinse onderkoning van Germania. In 9 n. Chr. leidde hij drie Romeinse legioenen (elk ongeveer 6.000 soldaten) in een oorlog met de Germaanse stammen. Een van de beroemdste veldslagen was die in het Teutenburgerwoud. Hier wist het Germaanse stamhoofd Hermann (Arminius), leider van de Cheruscen, de Romeinen in een smalle vallei te dwingen en zijn leger vernietigde toen alle drie de Romeinse legioenen. Varus zou kort na deze strijd zelfmoord hebben gepleegd.

Het duurde tot in de 1990er jaren dat de daadwerkelijke plaats van de slag werd bevestigd.  De Germaanse stammen gebruikten een gebied in de vorm van een trechter. Aan de ene kant de hellingen van een heuvel (Kalkrieserberg) en aan de andere kant een moeras (Grosses Moor). De Germaanse krijgers hadden een aarden muur gebouwd met een houtverdedigingssysteem in het bos op de helling van de heuvel van waaruit ze de Romeinse legioenen aanvielen. In 1999 bezocht ik deze site in Kalkriese, in de buurt van Osnabrück.

Vergeldingsexpedities

De Romeinen onder Germanicus waren op zoek naar wraak en lanceerde twee campagnes een in 14 n. Chr. en een ander het jaar daarop. Ze staken de Rijn over bij Xanten en vernielden de Germaanse stammen van de Usipetes,  Marsi,  Bracteri,  Chamavi  en  Tubanti.

Andere pogingen om het ‘vrije’ Germania te veroveren werden ondernomen in, 15 en 16 n. Chr. vanuit Velsen, een tijdelijke Romeinse haven aan de Noordzee in Nederland. Vanaf hier werden Romeinse schepen naar de Weser en de Eems gestuurd, maar terwijl Arminius werd verslagen, waren de Romeinen wederom niet succesvol in het annexeren van zijn grondgebied.

Er is echter toenemend bewijs dat de Romeinen wel in staat waren om hun invloed uit te breiden in gebieden tussen de Rijn en de rivieren Eems en Weser, recente opgravingen lijken erop dat er in dit gebied Romeinse forten waren, ook zijn er aanwijzingen voor Romeinse villa’s/herenboerderijen.

Romeinen leggen de grens vast

Na de verschillende campagnes in dit gebied, gaven de Romeinen het op om de Germaanse gebieden te veroveren. Keizer Tiberius besloot alle troepen terug te trekken naar de Rijn en vanaf dat moment waagden ze zich nooit meer in Germania.

De felle tegenstand van de Germaanse stammen dwong de Romeinen om een sterke grens aan te leggen aan de noordelijke kant van hun Rijk. De uitgebreide Rijndelta was dezelfde natuurlijke grens die ook de menselijke verplaatsingen tijdens de Brons- en IJzertijd bemoeilijkten – en dit zou zo blijven tot ver in de moderne tijd.  Dit rivierengebied dat de Lage Landen splitst in een noordelijk en zuidelijk gedeelte werd een belangrijk onderdeel van de Romeinse grens.

De zogenaamde Romeinse Limes vormden een 5.000 km lange grens van het Romeinse Rijk. Vanaf 50 n. Chr. begonnen de Romeinen de ‘Neder Germanicus Limes’ te bouwen vanaf de monding van de Rijn (de hedendaagse Oude Rijn). Vanaf hier bouwden ze hun castras ongeveer 6,5 km uit elkaar.

Romeinse castra

De noordelijke castra and castellum langs de Rijn begonnen bij de Noordzee basis Lugdunum (Brittenburg/Katwijk) van hier naar het westen lagen: Praetorium Agrippinae (Valkenburg), Matilo (Leiden), Albaniana (Alphen aan de Rijn), Nigrum Pullum (Zwammerdam), Bodegraven, Laurium (Woerden), Fletio (De Meern), Traiectum (Utrecht), Fectio (Vechten), Levefanum (Rijswijk), Mannaricium (Maurik), Carvo (Kesteren), Randwijk, Driel, Herculis (Arnhem), Duiven, Carvium (Bijlandse Waard). De zuidelijke linie langs de Maas and Waal omvatten: Hadriani (Voorburg), Tablis, Caspingio, Grinnibus (Rossum), Ad Duodecimum, Oppidum Batavorum (Valkhof/Nijmegen), Ceuclum (Cuijk), Blariacum (Blerick), Catualium (Heel) en in België: Feresne (Dilsen), Atuatuca (Tongeren) en Traiectum ad Mosam (Maastricht). Langs de kust: Flevum (Velsen), Helinio (Oostvoorne?), Goedereede (?), De Roompot (?), Rodanum (Aardenburg), Maldegem en Oudenburg.

De Germaanse stammen bleven dus onafhankelijk. De grens bracht een groot aantal Romeinse militairen naar de regio en dit had een grote invloed op de ontwikkeling van de landbouwgemeenschappen langs het riviersysteem aan de zuidkant van de grens (inclusief Oss zoals hieronder zal worden besproken).

Het gebied onder de Rijn (toen de Neder-Rijn) werd eerst administratief geïntegreerd in Gallia Comata. In 16 n.Chr. werd het nieuwe gebied gesplitst in Germania Inferior (Neder-Germania) en Germania Superior (Opper-Germania), financieel bleef het een onderdeel van Gallië. Pas in 89 n. Chr. werden de gebieden volledig onafhankelijk binnen het Romeinse Rijk.

Sinds 15 v. Chr. is Nijmegen (Oppidum Batavorum – vesting van de Bataven) hier de belangrijkste militaire basis. Andere belangrijke Romeinse vestingen zijn Velsen ten westen, aan de Noordzee en Xanten ten oosten van Nijmegen.

De militaire basis (42 hectare) in Nijmegen was al, zoals we gezien hebben de belangrijkste uitvalsbasis voor de uiteindelijk onsuccesvolle militaire expedities naar het nog steeds onafhankelijke noordelijke deel van Germania. Tijdens deze expedities was er waarschijnlijk een militaire kracht van ongeveer 12.000 man gelegerd in Nijmegen. Dit werd drastisch verminderd in de volgende jaren. Na de opstand van de Bataven in 69 n. Chr., zoals we die verderop zullen bespreken, liep de bezetten weer iets op tot naar schatting tot ongeveer 5.000 man. Echter, ze lieten de regio grotendeels met rust voor de volgende 40 jaar.

Opstand van de Bataven

Er waren een paar kleinere opstanden tegen de Romeinen door de Friezen (Frisii) in 28 en 47 n. Chr. maar ze waren in geen vergelijking met die van de Bataven (Batavii) die plaatsvond in 69 n. Chr. Deze stam was in het algemeen een trouwe Romeinen bondgenoot en ze waren felbegeerde soldaten voor de Romeinse Legioenen.

De oorsprong van de Bataven is onduidelijk. Het zijn Germanen en kunnen zowel Chatten of Suebi zijn deze laatsten stonden bekend als een sterke stam zoals we hierboven zagen verdreven zij de Tencteri en Usipetes dat tot hun afslachting in de buurt van Oss leidde. The Chatten waren een andere grote stam in wat nu Duitsland is. Een ander verklaren voor de relatieve late aankomst van de Bataven is dat ze misschien zijn samengesteld uit een verschillende stammen, en bevatten o.a. ook overlevenden van de van de Tencteri, Usipetes en Eburonen die allen door Caesar in de pan waren gehakt. Zij bezetten het eiland in de Rijndelta dat zijn naam hieraan heeft gegeven de Betuwe. Hoogstwaarschijnlijk viel Oss ook onder het bewind van de Bataven en wie weet hebben er ook inwoners van deze streek meegevochten in de Opstand.

Tegen het einde van Nero’s bewind, ging het Romeinse Rijk ging door een tumultueus jaar. Tijdens deze periode werden sommige van de Bataafse legerleiders valselijk beschuldigd van een poging om de Keizer omver te werpen. Een van deze hooggeplaatste Bataven, Julius Paullus, (zijn Romeinse naam), werd geëxecuteerd door Consul Foneteius Capito op een valse beschuldiging van rebellie.

Een andere Bataaf, de edelman en Romeinse legerleider, Gaius Julius Civilis werd geparadeerd in Rome voor Nero; hoewel hij werd vrijgesproken, werd hij in Rome vastgehouden. Na de dood van Nero in 69 n. Chr. waren er maar liefst vier rivaliserende keizers. Vele Romeinse troepen werden teruggeroepen van hun expedities en binnen het leger waren er fracties die de diverse mededingers van de troon steunden. Tijdens de onrust kon Julius Civilis naar huis terugkeren.

De anarchie in Rome zorgde voor de mogelijkheid van wijdverspreide opstand vooral langs de noord-westerse grenzen van het Rijk. Maar b.v. de beruchte Joodse opstand in Palestina vond ook plaats in deze tijd.

Verrassend waren het de Bataven die als een van de eersten in opstand kwamen. Zij waren tot nu toe zeer loyaal geweest aan de Romeinen. Vertel met wat het probleem is en ik vertel je wat de oorzaak is: geld! Zowel hier al in Palestina waren het de verhoogde nieuwe belastingen die de opstand veroorzaakten. Niet de drang tot vrijheid, alhoewel dat natuurlijk ook een belangrijke rol speeleden.

De Bataven opstand werd gelanceerd door de pas teruggekeerde Julius Civilis. Om het niet te laten lijken op een opstand had hij verkondigd een van de vier uitdagers in Rome, de Syrische generaal Vespasianus, te steunen en hij vocht deze strijd namens hem. Hij stuurde ook berichten naar naburige stammen zoals de Cananefaten en de Friezen die zich bij de opstand aansloot.

Gallische stammen hadden zich ondertussen ook aangesloten bij de algehele opstand. De start was zeer succesvol met de nederlaag van de Romeinen in de castras van Katwijk, Nijmegen, Xanten, Mainz en Trier. Binnen een paar maanden waren alle Romeinen het gebied gevlucht.

De problemen begonnen toen Vespasianus verrassend de uitdaging in Rome won en de nieuwe Keizer werd. Julius Civilis en zijn Germaanse en Gallische bondgenoten waren niet geneigd hun macht over te dragen aan de nieuwe keizer. Gedurende het jaar 70, werden nieuwe Romeinse troepen naar Germania gestuurd die de verloren gebieden terug begonnen te nemen. Inmiddels was er ernstige verdeeldheid onder de Bataven en hun bondgenoten ontstaan en dit maakte het gemakkelijk voor de Romeinen om de rebellen te verslaan.

Het beroemde Legio Decima Gemina (Tiende Twin Legioen) werd voor de herovering ingezet. Dit was een van de vier legioenen die ook door Julius Caesar gebruikt was voor zijn invasie in Gallië. Er zijn nog steeds verslagen van de X Gemina in Wenen waaruit blijkt dat het legioen nog steeds actief was in het begin van de 5e eeuw. Het legioensymbool was een stier. Na de opstand waren zij het die van 71 tot 104 het castrum in Nijmegen bezetten om van hieruit de Bataven in de gaten te houden. Het was tijdens deze periode dat dit castrum de naam kreeg: Ulpia  Noviomagus  Batavorum (Ulpia verwijst hoogstwaarschijnlijk naar Keizer Marcus Ulpius Traianus). Noviomagus kan worden teruggevoerd op de Keltische woorden magos (‘vlakte’ of ‘markt’) en novio (‘nieuw’). Waarschijnlijk praten we hier zowel over het fort als het na bijliggende stadje dat daar ontstond.

Een meer serieuze aanval op de Romeinse bezetting in onze regio vond plaats in 174 door de Chauken een Germaanse stam uit het Noord-Duitse gebied tussen de Eems en de Elbe. Ze kwamen waarschijnlijk binnen via de zee in wat nu België is, dit zou de oorzaak geweest kunnen waarom de Romeinen daarna de verdedigingslinie van de rivieren naar de kust hebben verschoven.

 

De Romeinse nederzettingen in Oss

De Geschiedenis van Oss

Oss onderdeel van het Romeinse Rijk