Paul Budde's History Archives

Geologisch verleden – Peelland Breuk – De bepalende invloed van de Maas.

De Peellandbreuk

Een belangrijke reden waarom Oss al vanaf oudsher een trekpleister voor mensen is geweest ligt aan de geologische ontwikkeling van het gebied.

Gedurende de Late Perm en de Vroege Trias periode (op de geologische tijdsschaal ongeveer 250 miljoen jaar geleden) is er door seismische activiteit de vroege Alpen gevormd. Als een neveneffect van dit natuurlijke spektakel, dat tientallen miljoenen jaren duurde, werden ongeveer 1000 km ten noorden van deze nieuwe bergketen, de Ruhrvallei Graben (RVG) gevormd, Dit is nog steeds een actief breuksysteem – het gebied daalt met zes millimeter per eeuw. Aardbevingen in de afgelopen eeuw vonden plaats in Langenboom, Uden en Roermond.

Dit storingssysteem loopt noordwest langs wat nu de Peelregio is, als onderdeel van de RVG is ook de Peellandbreuk (PLB) gevormd. De hogere gelegen gronden staan bekend als de Peelhorst. Oss ligt op de uiterste noordelijke grens van PLB, met de ‘nieuwe’ laag liggende uiterwaarden van de Maas in het noorden en de hogere zandgronden in het zuiden. Deze breuk creëerde haar eigen ecologische dynamiek die gretig werd uitgebuit door de mensen die later – in de bronstijd – zich in het gebied zouden vestigen. De lagere gronden staan hier bekend als ‘slenken’, de hogere gronden ‘horsten’.

Tijdens verdere geologische veranderingen, maar dan pas ongeveer 125.000 jaar geleden, werd ook de Maashorst gecreëerd. De Maas, had nu een hogere grenslijn naar het zuiden, die de massale overstromingen van voorgaande eeuwen tegenhield. Deze landfunctie werd in prehistorische tijden gebruikt door de mensen die zich hier vestigden.  Op de hogere gronden hadden ze hun boerderijen en zoals we weten van de grafheuvels is dit ook waar ze hun doden begroeven. Later werden ook de lagergelegen gebieden in de polders gebruikt voor de veeteelt en weer later met de komst van de keerploeg ook voor landbouw.

Lower Rhine Graben

De Ruhr Graben met daarin ook de Peellandbreuk. Bron: Woudloper, Zwitserland.

 

De bepalende invloed van de Maas

De Maas heeft een alles bepalende invloed gehad op het ontstaan van Oss als een nederzetting voor de eerste vaste bewoners tenminste zo’n 4000 jaar geleden. Het is daarom interessant om na te gaan hoe de Maas is ontstaan.

Hiervoor moeten we eerst het gebied van wat nu Nederland is wat ruimer bekijken. Tijdens de Trias en Jura periodes – rond 150 miljoen jaar geleden, is door tektonische ontwikkelingen het Noordzeebekken ontstaan. Noord-Nederland was toen een onderdeel van dit watergebied.

Het bovengenoemde breukensysteem dat werd gevormd tijdens het ontstaan van de Alpen werd het drainagesysteem voor ofwel overtollig regenwater en/of smeltend ijs en sneeuw uit dat gebergte.

De ijstijden hebben een enorme invloed gehad op de formatie dit gebied, dan was het water, dan ijs, dan moeras. Gedurende die tijd liep de afwatering van de Alpen via de Eems naar de Noordzee.

Ongeveer een miljoen jaar geleden was het grootste deel van Noord-Nederland onderdeel geworden van een gigantische delta. Inmiddels hadden we een compleet Nederland, het zuidelijke deel maakt deel uit van het oude vaste Avalonia minicontinent (Engeland, Ierland, Noord-Frankrijk, Ardennen, stuk van Spanje) en het noordelijke deel dat uit het water is ontstaan door afzettingen uit de Alpen, geleverd door de rivieren.

Tijdens de ijstijden werd de centrale breuk – zoals hierboven vermeld – de loop van de Rijn. Zo’n 450.000 jaar geleden begon de rivier de belangrijkste drainagefunctie over te nemen en creëerde een eigen rivierbedding richting de Noordzee. In die periode werden de riviertrajecten naar de Noordzee in het noorden geblokkeerd en werd de Rijn naar het westen gebogen en geleegd in een meer dat werd gevormd in wat nu het Kanaal is. Tijdens de ijzige intervallen volgde de Rijn een noordelijker parcours en eindigde ruwweg waar de huidige Rijndelta is.

De naam Rijn komt van het Keltische woord renos, wat de razende stroom betekent.

De meeste westelijke rivierarmen werden veroverd door de Maas. De Maas heeft een tijdje geloosd, in zijn zesvoudig grotere rivaal de Rijn, daar waar ongeveer nu de stad Aken ligt. Op basis van de hierboven genoemde geologische activiteit veranderde de loop van de Maas in de volgende 300.000 jaar verder naar het westen, waardoor een eigen, de huidige rivierbedding ontstond.

Tegen het einde van gletsjerperiodes vielen de Lage Landen plus grote delen van het Noordzeebekken droog en werd de Seine en de Theems een onderdeel van het Rijnafvoersysteem. Tijdens de intergalactische periodes overstroomde een groot deel van het land opnieuw, dit was dit ook het resultaat na de laatste ijstijd, toen de moderne mens prominenter begon te verschijnen.

De klimaatgebeurtenissen na het einde van de laatste ijstijd resulteerden in een zeer dynamische delta, met enorme uiterwaarden en gedurende deze periode veranderde de loop van de rivieren minstens 80 keer. Ook de Waal en IJssel fuseerden in het deltasysteem. Het gebied dat vóór de gebeurtenis van de ijstijd ‘zee’ was, veranderde in turf moeras dat slechts zeer geleidelijk bewoonbaar werd, sommige delen pas in de moderne tijd.

De klimaatveranderingen resulteerden ook in grootschalige erosie en de Maas begon grote hoeveelheden puin uit de Jura en de Ardennen te vervoeren. Toen dit de Lage Landen bereikte en de kracht van de rivier verminderde, werd dit puin gedumpt (kiezel) en daardoor werden de belangrijkste kanalen geblokkeerd en talrijke zijkanalen werden gevormd.

Door verdere tektonische activiteiten langs de Peelbreuk werden de Campina en Peel Blokken verder omhooggeduwd en de Maas verplaatste zich verder naar het oosten om uiteindelijk haar huidige parcours te bereiken. Zowel de rivieren Rijn en Maas begonnen nu hun eigen beddingen te vormen via de delta naar de Noordzee.

De mens heeft sindsdien ook ingegrepen, de Rijn loopt nu via de Maas in de Noordzee.  De bedijking van de Maas in de 14e en 15e eeuw door de Hertogen van Brabant en de kanalisatie van de Maas in de 30er jaren van de vorige eeuw heeft de rivier verder ingetoomd, waardoor het gebied langs deze rivier meer en meer bewoonbaar werd.

 

Meer gedetaileerde informatie over deze periode zie: The History of Northwestern Europe  chapter  Paleolithic

De Geschiedenis van Oss (index)

Vroegere bewoners – Jagers en verzamelaars  – De opkomst van de landbouw