Paul Budde
  • PaulBuddeHistory.com covers the historical interests and projects of amateur historian Paul Budde; tracing the broader Budde family history back through North Germany and the Baltic region.

    His personal interest is in medieval North Western Europe. Also covered is the local history of Bucketty, NSW, Australia.

Paul Budde's History Archives

Nachtegaallaan Oss (Dutch)

In 1953 verhuisde mijn vader en moeder, ik als driejarige en mijn jongere zus Monique naar de Nachtegaallaan. Mijn moeder was toen zwanger van mijn jongste broer Rob, ze woont hier nu nog steeds en ik ben in 1972 vandaar uit getrouwd en verhuisd naar de Schaepmanlaan in Oss.

Het was toen een nieuwe wijk en Nachtegaallaan 57 kreeg nu haar tweede bewoner nadat de familie Otjens als eerste bewoner van hier uit was verhuisd.

Deze straat werd rond 1950 aangelegd als een onderdeel van de vogelwijk deze wijk was begrensd door de Burgemeester van de Elzenlaan aan de westelijke kant helemaal tot aan de landweerstraat – de oude middeleeuwse oostelijke grens van Oss vroeger beschermd door een landweer.

Dit gebied stond tot aan die tijd  bekent als Schayks Veld; genoemd naar het kleine gehucht Schayk dat halverwege lag tussen Oss en Berchem. Er stond hier een middeleeuwse kapel die in 1925 was afgebrand, de naam Kapelsingel herinnert hier nog aan. De vogelwijk omvatte de zuidelijke helft van het oude Schayks Veld.

Niet ver van de kapel stond het ‘hagelkruis’ misschien zelf van nog ouder, Germaanse, oorsprong, dat zou kunnen verwijzen naar een runenteken dat inderdaad als een afzwering werd gebruikt tegen hagel schade. De Hagelkruisstraat is daarna vernoemd.

De noordelijke grens van de vogelwijk  was de Berchemseweg en de zuidelijke grens de spoorlijn. Hier liep een pad, dat grotendeels nog aanwezig is, parallel met de Spoorlaan die rond die tijd werd doorgetrokken tot aan de landweerstraat. Het grootste gedeelte van dit gebied waren voorheen landbouwgronden. Het gebied werd doorsneden door de Teugenaarstraat –  tot die tijd een zandpad. Waarschijnlijk genoemd naar de teugenaars die boten langs de maas trokken en over dit pad weer terug liepen naar de Maar ergens in de buurt van Cuijk?

Mijn moeder woont op no. 57 het eerste huis met een plat dak komende vanuit de Spoorlaan. Op de foto hieronder het eerste huis aan de linkerkant.

Wat ik me van de straat in de jaren 50 herinner is dat er naast ons een stuk wei lag (met een paard erop) langs de spoorlijn zelf was het nog een woestenij, wij noemden het ‘de kuilen’ omdat we daar in rond konden dolen.

Achter ons richting Doelenstaart was het ook nog helemaal leeg, behalve de oude ambacht school die eigenlijk midden op dat terrein lag. Rond 1956 was in de ambachtschool  tijdelijke een kleuterschool gevestigd want  mijn zus is daar nog even op school   geweest, dat was voordat de kleuterschool in Lijsterlaan – naast de Don Bosco jongensschool – klaar was. In de jaren 60 werd de ambachtschool vervangen door een niewbouw  – LTS, lagere technische school – (die ondertuissen ook alweer verdwenen en sindsdien plaats heeft gemaakt voor nieuwe woningen). Toen de school gebouwd werd lag er een berg geel bouwzand parallel aan de huizen van de Nachtegaallaan en dit maakte het mogelijk om, hoofdzakelijk voor ons jongens, op de platte daken van de schuurtjes achter in onze tuinen  te klimmen en vandaar uit op die berg zand te springen.

Achter de ambachtschool – richting Burgemeester van de Elzenlaan – lagen de oude doelen van de schutterij, op dit open terreintje werden direct na de oorlog noodwoningen  gebouwd.

Terug naar de Nachtegaallaan, tegenover ons, naast het herenhuis (de familie van Beusekom)  was het nog woestenij, dat liep helemaal door achter de huizen in de Teugenaarstraat, ook weer een ideaal speelterrein. In het eerste huis van de latere nieuwbouw woonde de familie de Roos waar mijn vader en moeder bevriend mee raakten, ze hadden twee kinderen, Hanneke en Johan.

De rest van de straat richting Berchemseweg was helemaal volgebouwd, zoals het er nu nog uit ziet.

map 1953Nachtegaallaan

 

Op de hoek met de Teugenaarstraat was een drogisterij en verfwinkel van de familie Pot. Ik dacht zelfs dat het eerst alleen een verfwinkel was. Een van de  dochters, Marianne, woonde  daar tot aan haar plotseling overlijden in 2012 (nu een gewoon woonhuis).

Drog Pot

Op de hoek met de Roodborststraat was  ‘Zuivelhuis Het Sportpark’ een herinnering aan het sportterrein dat hier tot en met de 2e Wereldoorlog was gevestigd. Antoon Ceelen was de melkman  die dagelijks met zijn wagentje langs de deuren kwam, heel in het begin was het nog losse melk maar later ook grote glazen flessen herinneren. Ik reed wel eens mee om wat te helpen, voor de lol, want dan mocht ik op dat karretje meerijden.

Naast de zuivelwinkel, in de Roodborststraat, was een sigarettenwinkel van Hendriks. Zowel het zuivelhuis en de sigarenwinkel gingen diversifiëren en dat leverende een hele strijd op tussen deze twee zaken, ze konden elkaar niet luchten of zien. Honderd meter verder aan het einde van de Roodborststraat was een kleine supermarket van Wagenmakers, ja daar was tot die tijd nog allemaal ruimte voor, maar de kleine concurrentieoorlog in de Roodborststraat gaf al aan waar het met de kleinere ondernemers naar toe ging, uiteindelijk bleef alleen de kleine supermarkt over.

Daar waar nu de Nachtegaallaan afbuigt naar het westen loopt de straat parallel met de voormalige tribune van het oude sportveld en de woningen stonden vroeger  dus bekend als de ‘tribunewoningen’. Het sportveld liep door tot achter de woningen van de Berchemseweg en de betonnen schutting van het sportpark, die er misschien nog wel is, scheidt de tuinen van de woningen aan de Berchemseweg met die van de Vinkenstraat.

Op de hoek met de Berchemseweg was de winkel van de Gruyter, waar je een gratis koetjesreep chocola kreeg als je daar boodschappen ging doen. Ik weet nog dat ik de eerste keer,  als 6 of 7 jarige, er alleen op uit werd gestuurd om daar boodschappen te doen, ik geloof dat ik margarine (Blue Band) moest kopen.

Aan de ander kant van de Nachtegaallaan – aan de Berchemseweg – stond een arbeiderswoning die vroeger Herberg de Grijze Beer is geweest. Pieter Roskam heeft hier uitvoerig onderzoek naar gedaan. De herberg werd geëxploiteerd door Marinus van Berkom, alias De Baron, een beruchte crimineel tijdens de eerste criminele golf in Oss rond 1890, waarbij wachtmeester Hoekman werd doodgeschoten. Voordat hij werd gearresteerd vluchtte van Berkom in 1893 naar Amerika.

Achter deze voormalige herberg, werden de huizen aan de Duivenstraat gebouwd en hier, in het eerste huis direct achter het terrein van de herberg,  had Van Lieverloo een snoepwinkeltje in de huiskamer. Hier trokken we naar toe met 5 cent op zak om lekkernijen te kopen, spekken en suikergoed (kalk) blokken (een beetje bitter) toverballen, kauwgum (Bazooka), ook kon je voor 5ct een moelfiep kopen een rond stukje leer met een fliesje daarin uitgesneden dat je op de tong hield en dan een ‘fiepend’ geluid mee kon maken. Ik heb hier ook mijn eerste mars gekocht voor het schokkende bedrag van een kwartje.

Ik kan me ook nog herinneren dat de schillenman met paard en wagen langs kwam, en de olieman in een soort brom mobile. Vaag herinner ik me ook nog een soort marskramer met allerlei manufacturen in een grote doos/kast rond zijn nek. De scharenslijper was een andere regelmatige bezoeker.

Voor zover ik me kan herinneren waren er in die tijd twee auto’s in de straat allebei Citroëns, mooie auto’s, donkere kleuren een was van de familie Geldhoff die tegenover ons woonde en een van de familie Martin iets verder op in de staart.

Twee evenementen staan me nog voor de geest. Een processie vanaf de Don Bosco kerk naar de Gerardus Majella kerk en ik meen dat er bij ons in de straat – op de hoek met de Teugenaarstraat toen een rustaltaar was.

Alweer iets later, maar de allereerste carnavalsoptocht ging ook door de Nachtegaallaan.

 

 

 

Nachtegaallaan
  1. 1.     De buurt

In de ‘tribunewoningen’ – dit waren toen duplex woningen – woonde ook Nolda ze had een oog en dat maakte een hele indruk op mij. Ze had een spiegeltje (spiekertje) aan het raam waarvoor ze zat te werken zodat ze kon zien wie er aan haar voordeur was. Ze stopte nylonkousen die ze over een glas spande, ze heeft ook mijn eerste communiepakje gemaakt uit een oud kostuum van mijn vader.

Naast ons woonde eerst de familie Waalbers, die hadden drie grotere kinderen – ik denk dat zij in die tijd oudere teenagers waren, bij een van hun Gerard (en zijn vrouw Paula) heb ik later gebabysit. Zijn vader (oom Waalbers) had een gieterij op het fabrieksterreintje Industrielaan Oost, daar  goten ze onderdelen voor de Daf fabriek in Eindhoven, ik kan de geur van dat gietbaden  nu nog herinneren en ik zie de zilveren mallen nog haarscherp voor me.  Thuis  hadden ze ook een filmprojector waar we wel eens naar cowboyfilms  en films van de dikke en de dunne (Laurel and Hardy) mochten komen kijken. Ze hadden ook eerder dan bij ons een TV en daar mochten we woensdagsmiddags naar het kinderprogramma komen kijken (Tante Hannie end Dappere Dodo)

Oom Waalbers reed een Porsche en ik weet dat hij een keer een ongeluk had gehad in Duitsland en helemaal in het gips lag. Zij vrouw (tante Waalbers) herinner ik me als een hele  aardige vrouw ik mocht haar erg graag. Toen ik voor amandelen knippen in het ziekenhuis terecht kwam,  en daarna weer thuis was,  kreeg in van haar een speelgoed verkeerslicht waarvan je de kleuren kon veranderen. Gerard had ook twee zussen Hannie en ik dacht Lenie, vooral Hannie mocht ik ook erg graag.

Mijn moeders jongste broer Jan was van dezelfde leeftijd en als hij in Oss was ging hij met Gerard om en ik geloof dat hij een keer  in het schuurtje achter hun huis  een gieter op zijn hoofd heeft gehad dat hem erg veel pijn deed.

Naast Waalbers woonde de heer en mevrouw Constance, ik denk dat hun kinderen in die tijd al de deur uit waren. Toen ik een jaar of 12 was hield ik daar regelmatig de tuin bij waar ik geloof een gulden voor kreeg.

Dan was er een gangetje en daarnaast woonde de familie Ingeblik, ze hadden twee dochters, maar meer kan ik me daar niet van herinneren. Op de een of andere manier klikte het niet tussen de kinderen in onze straat en deze familie, als de bal bij hun in de tuin terecht kwam werd hij afgepakt en dat leidde alleen maar tot meer pesterijtjes van de jeugd

Een huis of zo verder woonde de familie Heersema met twee dochters Suus en Connie. Suus is later met haar dochter nog in Australie geweest en haar man Paul van de Werf was de plaatselijke fotograaf van het Brabants Dagblad waar ik later, toen ik een eigen zaak in Oss had, regelmatig mee samenwerkte. Hij kwam in de jaren 80 om het leven tijdens een verkeersongeval op de weg naar Megen.

Een paar huizen verder woonde de familie Martin, ze hadden 5 kinderen en Anneth was van mijn leeftijd en was mijn eerste kinderliefde. Een hele gezellige familie waar de vader prachtig piano kon spelen, ze hadden een grote vleugel in de kamer staan.

Iets verder op woonde de familie Klinkhamer, ik dacht 4 kinderen, de jogste, Marianne was ook een vriendinnetje van Anneth en in het schuurtje achter hun huis heeft Marianne mij met Anneth getrouwd.

Willie was een oudere broer en hij had op een gegeven moment een brommer – ik denk de eerste in de straat – en ik mocht achterop die brommer een rondje meerijden, wat een avontuur.

Op de hoek woonde de familie van Hoorn met twee dochters.

Tegenover ons woonde de familie Van Beusekom, 5 kinderen. Paul was iets ouder dan ik en Janet was een vriendinnetje van mijn zus Monique.

Ik geloof dat ons blok – tussen de Spoorlaan en de Teugenaarstraat de meeste kinderen herbergde en met al deze kinderen – soms wel met ongeveer 20 – speelde we vooral op mooie zomeravonden allemaal buiten op het plantsoentje midden in de straat, voetballen, boompje verwisselen, stoepranden (met de bal de stoeprand raken), hoela hoep en met zijn allen avonturen verzinnen en wat kattenkwaad uithalen (een portemonnee op de straat leggen met een dun draadje er aan en dan wegtrekken als er iemand het wilde oprapen, ruitje tikken een steentje tegen het raam tikken en dan kijken of er iemand naar buiten kwam).

Achteraf  realiseerde ik mij dat er weinig contact was met de kinderen in de volgende blokken.

In het volgende blok Teugenaarstraat-Roodbosrststraat woonde juffrouw Jansen, mijn onderwijzeres in de derde klas. We liepen vaak naar haar huis en mochten dan haar tas dragen naar school toe .

Daar tegenover woonde Loepekijker (Peters) een journalist van het Brabants Dagblad die een dagelijkse plaatselijk  column schreef  die iedereen, maar dan ook iedereen las. Toen na jaren de krant die column wilde opgegeven brak er een ware revolutie uit en de column werd weer hervat.

In het volgende blok richting Vinkenstraat woonde drie vrienden Fred Tijs in het eerste huis, Berend Veenhuizen, een paar huizen verder en Onno van Setten van de Meer op de hoek met de Duivenstraat. We waren alle drie bij de verkenners en trokken zodoende regelmatig met elkaar op, maar nu praten we al weer over de begin jaren 60.

Ouderlijk huis Nachtegaallaan 2007. Foto vanuit luchtballon -  Martin van der Heiden

Ouderlijk huis Nachtegaallaan 2007. Foto vanuit luchtballon – Martin van der Heiden