Paul Budde
  • PaulBuddeHistory.com covers the historical interests and projects of amateur historian Paul Budde; tracing the broader Budde family history back through North Germany and the Baltic region.

    His personal interest is in medieval North Western Europe. Also covered is the local history of Bucketty, NSW, Australia.

Paul Budde's History Archives

Back to Oss in the Netherlands (Dutch)

Terug naar Oss

Introductie

Alhoewel ik in 1983 uit Oss verhuisd ben, heb ik over al die jaren het contact niet verloren. Ik woon nu in de Australische bush, 100 km ten noorden van Sydney, maar gemiddeld kom ik eens per jaar terug naar Oss. Ik heb daar nog vele kontakten dus ben redelijk goed op de hoogte gebleven van het reilen en zeilen. In juni 2002 liep ik daar weer rond en ben eens wat van mijn indrukken gaan opschrijven.

Aangezien twintig jaar een lange tijd is, zal ik eerst even terug moeten gaan naar mijn tijd in Oss om aan te geven vanuit welke ooghoek ik Oss bekijk. Mijn hobby was toen, en is nog steeds, geschiedenis en heemkunde. Toen ik in 1972 uit militaire dienst kwam, had ik een half jaar vrij voordat ik aan mijn eerste baan begon. De periode, die ik nu hieronder beschrijf, gaat over de daarop volgende 10 jaar: de zeventiger jaren en de begin jaren tachtig.

Oss 1836

Oss 1836

Jan Cunen Museum

Mijn vader, Herman Budde, was de afdelingschef van de afdeling Interne Zaken van de Gemeente Oss. Onder zijn afdeling viel het stadsarchief en de restanten van het oude Jan Cunen museum, die toen op de zolder lagen van de voormalige afdeling sociale zaken van de gemeente Oss, in het voormalige koetshuis in het stadspark.

Ik heb gedurende die zes maanden in 1972 en 1973 de vele documenten en boeken in het Jan Cunen Museum bestudeerd en weken en weken door de oude archieven gebladerd. Zittend achter een klein tafeltje in de koude kelder van het voormalige gemeentehuis (nu het nieuwe Jan Cunen Museum) heb ik daar de geschiedenis opgetekend van de stad en van meer dan 100 gebouwen in het centrum van Oss, terugbladerend in tijd.

Op 22 jarige leeftijd, jong en vol idealen, dacht ik “wat een waardevolle collecties, wat een ongelooflijke hoeveelheid fantastische informatie, daar moet meer mee gedaan worden”. Na verloop van een aantal maanden trok ik de stoute schoenen aan en maakte ik een afspraak met de chef van de afdeling culturele zaken Guido Abbenhuis. Met hem besprak ik de mogelijkheid om de Jan Cunen collectie opnieuw te inventariseren en het oude Jan Cunen museum, opgezet in de jaren 30 door de Osse stadarchivaris Jan Cunen, in ere te herstellen. De zeventiger jaren waren zeer zeker niet historievriendelijk. De verwoesting in de naam van modernisering die in de jaren 60 was begonnen, was in Oss zeker nog niet uitgeluwd. Het gemeentebestuur had in die dagen nagenoeg geen interesse in de geschiedenis van Oss en iedereen die daar verandering in wilde aanbrengen werd als zeer vervelend beschouwd. Maar met de steun van Guido Abbenhuis  hebben we langzaam maar zeker voortgang kunnen boeken, en uiteindelijk leidde dit tot de opening van het nieuwe Jan Cunen museum. Een ander belangrijk persoon in dit proces was de kunsthistoricus Els Peterse; zij bracht een heel belangrijk professioneel aspect aan in de werkgroep, die we voor de oprichting van het museum gevormd hadden.

De vele bronnen, die ik heb mogen aanboren, leidden tot de publikatie van verschillende boekjes en tientallen artikelen in de plaatselijke kranten. Bij mijn vertrek uit Oss heb ik mijn eigen “Osse kollektie’ aan het Jan Cunen Museum geschonken.

Monumentenzorg

Mijn archief onderzoeken leidde tot een beter inzicht in de stad, waarom Oss is zoals het er vandaag uitziet. Hoe meer je daarover leest en studeert hoe groter de liefde voor de stad wordt. En het deed daarom pijn dat de bestuurders in de jaren 70 zo weinig afwisten van de geschiedenis, daar ook niet echt in geïnteresseerd waren en daarom vaak erg onzorgvuldig omgingen met de historische aspecten van de stad, die zij regeerden.

  • Waar nu de V&D staat stond een fantastisch mooi klein kerkje tussen prachtige hoge bomen;
  • het Postkantoor, de Paterskerk en het oude Koetshuis van Jurgens (voormalige brandweerkazerne) alle drie aan de Molenstraat;
  • de voormalige Oliemolen de Moriaan (achter de Grote Kerk);
  • de 100 jaar oude bomen naast het oude gemeentehuis;
  • de restanten van de oude Graafsche Poort aan de Hooghuisstraat (wat toen bekend stond als de wereldwinkel);

Alles, maar dan ook alles, werd gesloopt.

Grote Kerk Oss. Foto vanuit luchtballon - Martin van der Heiden

Grote Kerk Oss. Foto vanuit luchtballon – Martin van der Heiden

Hoewel we dat allemaal niet hebben kunnen behouden, leidden de toenemende protesten uiteindelijk tot de oprichting van de Gemeentelijke Monumenten Commissie. Deze werd ingesteld om een inventaris te maken van gebouwen, die een wettelijke bescherming zouden gaan krijgen. Gedurende deze jaren organiseerde ik ook de Stadsfeesten rondom het 575 jarig bestaan van de stad Oss in October 1974. Dit was zo’n succes dat de toenmalige burgemeester Louis Jansen er niet onder uit kon om aan de festiviteiten mee te doen. Tijdens de openingsceremonie kon hij het niet nalaten om mij ‘de Osse rebel’ te noemen: ik vond het een eretitel.

Mijn meest succesvolle project was de restauratie van de Osse stellingmolen Zeldenrust. We hadden een fantastisch team met amateur archeoloog Gerard van Alphen, de molenaar Bennie Verbruggen en onze penningmeester Frank Monchen. Natuurlijk waren er ook vele anderen bij betrokken en vooral de Osse Lyons en Rotary Clubs hebben een geweldige bijdrage geleverd aan het project.

Veranderingen op til

De opvolger van Burgemeeste Louis Jansen, Eppo van Veldhuizen was gelukkig een leider met veel meer interesse in geschiedenis en cultuur, en dit leidde tot minder confrontaties, meer samenwerking en veel meer vooruitgang. Een van de successen uit deze periode was dat we enkele gebouwen van de oude Jurgens fabrieken aan de Kruisstraat hebben kunnen redden. Ook de straatnaamgeving naar de oude stadgildes dateert uit deze jaren.

Mijn zakelijke belang ligt in telecommunicatie, in Australie hebben we een telecommunicatie adviesbedrijf met 45 analisten (www.budde.com.au). Ik ben dit bedrijf begonnen in 1978 in Oss en enkele jaren na de start gebruikte ik deze communicatieachtergrond om de TV-piraten, die op de Osse kabel inbraken, bij elkaar te brengen om te onderzoeken of we dit konden ombouwen tot een legale Omroep Oss. De allereerste vergadering vond plaats in mijn kantoor aan de Burgemeester van de Elzenlaan, twee piraten, de burgemeester en mijzelf. Voordat ik uit Oss vertrok hadden we twee proefuitzendingen over de kabel uitgezonden.

Het bijzonder prettige contact met Eppo van Veldhuizen zorgde ervoor dat ik na mijn vertrek naar Australië goed op de hoogte bleef over  Oss. Elke keer als ik in Oss was, wipte ik even in zijn kantoor binnen om bij te praten. Ook ben ik contact blijven houden met Gerard Ulijn met wie ik samen 2 boekjes ‘Oss in oude ansichten’ heb uitgegeven. Maar de allerbeste bron is nog steeds  mijn moeder, die mij trouw krantenknipsels toestuurt.

Sinds de 00’s ben ik ook weer meer in kontakt met mijn Osse geschiendenisvrienden. De Brabantse histopricus Henk Buijks is op bezoek geweest in Australië en dat was een goede reden om de geschiedenisbanden weer eens aan te halen. Hij heeft een artikel geschreven over het ‘Convict Trail Project dat ik hier leidt. Verder heb ik ook leuk kontakt opgebouwd met het Osse Stadsarchief en met name met Hans Diks. Oss is ook een belangrijk ankerpunt in het engelsetalig geschiedenis boek dat ik aan het scrijven ben:  The Middle Ages from a North-Western European  Perspective

Van Oss naar Bucketty

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en hier in Bucketty, Australië ben ik de initiatiefnemer en voorzitter van de Convict Trail Project. Een organisatie, die zich bezighoud met de restauratie van de 220 km lange weg die door de convicts is aangelegd in 1830. Er zijn zo’n 30 organisaties betrokken bij dit miljoenen project dat volledig door vrijwilligers wordt gerund. Op 28 Augustus 2002 was ik hiervoor onderscheiden, door de Minister van Culture Zaken van de Staat NSW, met de NSW Volunteers Heritage Award.

Graag wil ik afsluiten met een deuntje van John van Boekel dat ik nog altijd in mijn hoofd heb: “Oss ge het  toch heel apart, ’n werm plekske in m’n hart”.

Video clips Oss:

4000 geschiedenis

Hertogswetering

Molen Zeldenrust

Kasteel Oijen

Megen

Ravenstein

 

Oss in 2002

Ik heb deze observatie in 2002 geschreven voor een van de Osse ondernemer die mij hierom vroeg. Uiteraard zijn een aantal zaken niet langer relevant, maar andere aspecten zijn onverandered gebleven.

 

Commerciële waardering voor monumenten

Toen ik de zomervan dat jaar, samen met mijn vrouw Louise, in Oss was, was een dineetje bij de Bovenmeester aan de Eikenboomgaard een van de hoogtepunten. Het is fantastisch om te zien dat de oude Openbare School behouden is gebleven en dat het zo’n fantastische bestemming heeft gekregen. Een duidelijk teken dat het tij van afbraak is gekeerd. Niet alleen dat – er wordt nu voldoende commerciële waarde gehecht aan dit soort bedrijven zodat de Osse ondernemer Vink er een uitgaanscomplex van kon maken. Ik wens hem alle mogelijke succes toe.

Titus Brandsma Lyceum

Uiteraard raakte ik ook betrokken in de discussies over mijn oude school, ‘het Titus Brandsma Lyceum’. Ik heb alle vertrouwen dat de Ossenaren van 2002 vinden dat afbraak geen optie is en dat er, net zoals met de Openbare School, een goede en passende oplossing gevonden zal worden voor deze historische plek.

D’n Heuvel

Gezellige laagbouw

En dan is er natuurlijk het stadscentrum de Heuvel. Heel toepasselijk heeft deze historische plaats weer een goede opknapbeurt gekregen en het nieuwe jasje ziet er goed uit. Toen ik daar zo rond liep moest ik terug denken aan een de geschiedenis van de Heuvel, die ik in 1974 publiceerde ter gelegenheid van de 575-jarige stadsfeesten. Het is heel bijzonder dat, ondanks de enorme groei van Oss, dit unieke stadsplein er nog steeds hetzelfde uitziet net als in 1399 toen de stadsrechten verleend werden. De gebouwen zijn uiteraard niet meer dezelfde, maar de vormgeving en het karakter is hetzelfde gebleven, en dankzij de laagbouw rondom het plein heeft het haar gezelligheid weten te behouden.

Jammer dat zo weinig Ossenaren op de hoogte zijn van de geschiedenis op en rond dit plein. Er is zoveel gesloopt dat weinigen enige geschiedenis in het plein  herkennen. Zou het niet interessant zijn om wat meer gevelplaatjes aan te brengen met een korte geschiedenis van de meest markante gebouwen. Het is volgens mij belangrijk dat de Heuvel niet alleen als plein behouden blijft – en ik denk niet daar enige oppositie tegen is – maar dat het tot het belangrijkse cultuurbezit van Oss verheven  wordt. Dat kan alleen maar gebeuren als de bewoners een beter begrip voor het plein hebben en de interessante geschiedenis van de Heuvel kan daar enorm aan bijdragen. Tijdens mijn bezoek aan Oss begreep ik dat er discussies zijn over het verplaatsen van de ijskiosk ‘De Marco’, als ook over het plaatsen van een gebouw ter hoogte van het oude Hotel Vink. Er is een precedent in de vorm van het oude raadhuis, dat hier gestaan heeft van 1764 tot 1924.

Visuele aspecten

Als we terug kijken naar het oude plein van 1399 dan was er een ander gebouw, dat een belangrijk onderdeel van het plein vormde: de Graafsche Poort, gelegen waar nu de kruising is van de Hooghuisstraat en de Oostwal. Op oude ansichten van de Heuvel in de richting van de Graafsche Poort (toen verbouwd tot Hooghuis) is duidelijk te zien, dat visueel dit gebouw een afsluiting van het plein vormde. Het zou in mijn opinie een goed idee zijn om weer zo’n fysieke afsluiting van het plein tot stand te brengen. Dit moet echter wel in het historische stratenplan passen, het zou een onvergevelijke fout zijn om een drastische inbreuk te maken op  iets wat 600 jaar lang zijn karakter heeft weten te behouden.

Objectieve beschouwing

Na 20 jaar lang van buiten af naar Oss gekeken te hebben, kijk ik nu natuurlijk anders tegen deze stad aan. Misschien wat minder emotioneel en zeker wat meer objectiever. Als ik zo van een afstand naar Oss kijk, dan zie ik allereerst in Oss de mensen: het zijn de mensen, die Oss maken wat de stad is, niet de gebouwen. De gezelligheid en de gemoedelijkheid is een van de sterkste punten van de stad. En dat heeft niet alles met Brabants te maken. We waren in Oss tijdens een van de Turkse voetbaloverwiningen in de Wereld Cup, en diezelfde gemoedelijkheid was volop aanwezig in en rond het Stadspark waar ik heb staan buikdansen met Turkse Ossenaren.

Ik zou ook kunnen zeggen, dat die gemoedelijkheid wordt onderstreept door het dorpse karakter dat Oss heeft weten te behouden, vooral rondom de Heuvel, maar dat is maar ten dele het geval. Het doet ook wat armoedig aan.

Het lijkt me daarom misschien een goed idee om een discussie op gang te brengen m.b.t. de gevels rondom de Heuvel. Een goed plan gericht op het karakteristieke van deze gevels en de intieme sfeer van deze gebouwen zou daaraan ten grondslag moeten liggen. Een goed gevelbeleid zou het karakter van de stad opvijzelen en de sfeer van het plein ten goede komen.

Focus voor een nieuwe visie voor Oss

In mijn reizen rondom de wereld kijk ik natuurlijk altijd met mijn geschiedenisogen naar de plaatsen die ik bezoek. Het is duidelijk dat geschiedenis een steeds belangrijker en financieel aantrekkelijker bezit is geworden. De Bovenmeester, het Jan Cunen Museum, de Osse molens en de Groene Engel zijn daar  in Oss goede  voorbeelden van. De Heuvel zou daar in mijn mening ook onder moeten vallen, maar dat is helaas (nog) niet het geval.

Ossenaren, net als andere bewoners in andere steden rond de wereld, hebben er steeds meer voor over om hun eigen woonplaats aantrekkelijker te maken voor zichzelf. Eigen toerisme, alswel toerisme van buitenaf, worden alleen maar belangrijker. Als er dus voldoende geinvesteerd wordt in dit bezit, heeft dat bezit niet alleen geschiedeniswaarde, maar ook grotere economische waarde. Steden, die de visie hebben om daar strategisch gebruik van te maken, hebben daarom een voorsprong op andere steden. Steden met visie trekken nieuwe bewoners en nieuwe bedrijven aan en hebben dus duidelijk iets ‘extra’s te bieden. Oss met haar gezelligheid en gemoedelijkheid kan dat ‘extra’ vinden in een ‘Heuvel’ van internationale allure. Dit is niet alleen een enorme uitdaging, het geeft de stad ook een duidelijke focus. Het vereist visie, risiko en geld, maar zeker weten dat deze investeringen Oss dubbel en dwars waard zijn.